Bevolkingsstatistieken

Definities

Definitions Formules

1. Midjaarlijkse of gemiddelde bevolking:

Schatting van de bevolking of sub-bevolking per 1 juli van een bepaald jaar

Jaarlijkse groei in %:

De mate waarin een bevolking over een bepaalde periode toeneemt of afneemt ten gevolge van natuurlijke groei en het migratie saldo, uitgedrukt als een percentage van de omvang van de gemiddelde bevolking of:

De mate waarin een bevolking gemiddeld toeneemt of afneemt uitgaande van een recent gehouden census

Afhankelijkheidsratio:

Geeft de verhouding aan tussen het aantal personen uit (de economisch niet actieve) leeftijdsgroepen 0-14 en 60+ en de personen (uit de economisch actieve) leeftijdsgroep 15-59

Afhankelijkheidsratio kinderen:

Het aantal personen van 0-14 jaar binnen een bepaalde bevolking gerelateerd aan het aantal 15-59 jarigen

Afhankelijkheidsratio ouderen:

Het aantal 60 plussers binnen een bepaalde bevolking gerelateerd aan het aantal 15-59 jarigen

Geslachtsverhouding (of sex-ratio):

Het aantal mannen per 100 vrouwen in een bevolking

Geslachtsverhouding bij de geboorte:

Het aantal geboren jongens per 100 geboren meisjes

Rangorde van de geboorte (pariteit):

De rangorde van een gegeven levendgeborene in relatie tot alle vorige levend geboorten bij dezelfde vrouw (b.v. 5 is de geboorte rangorde van de vijfde levend geborene bij dezelfde vrouw).

Ruw geboortecijfer:

Het aantal levend geboren personen per 1000 van het gemiddelde aantal inwoners.

Ruw sterftecijfer:

Het aantal overledenen per 1000 van het gemiddelde aantal inwoners in een bepaalde periode (meestal een jaar).

Zuigelingensterftecijfer:

Het aantal levendgeboren kinderen dat stierf beneden de leeftijd van één jaar in een bepaald jaar per 1000 levendgeboorten in hetzelfde jaar.

Onder 5 jaar sterfte:

Sterfte onder kinderen in de leeftijdsgroep 0-4 jaar per 1000 levendgeborenen.

Maternale sterftecijfer:

Het aantal vrouwen dat overlijdt tengevolge van complicaties van de zwangerschap of van de bevalling in een bepaald jaar, per 100.000 levendgeborenen in betreffend jaar.

Leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer:

Het aantal levendgeboren kinderen dat door vrouwen in een bepaalde leeftijdsklasse ter wereld wordt gebracht per 1000 van het gemiddeld aantal vrouwen in die leeftijdsklasse in dezelfde periode.

Algemeen vruchtbaarheidscijfer:

Het aantal levendgeboren personen in een bepaald jaar onder alle vrouwen in de reproductieve leeftijdsklasse (15-49 of 15-44 jaar).

Totaal vruchtbaarheidscijfer:

Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw (of groep van vrouwen) ter wereld zou (den) brengen indien de (in een bepaald jaar) waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers onveranderd zouden blijven gelden voor vrouwen in de vruchtbare levensfase.

Bruto reproductie- of Bruto vervangings-factor:

Het gemiddelde aantal dochters dat een vrouw of groep van vrouwen ter wereld zou(den) brengen indien de (in een bepaald jaar) waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers voor meisjes-geboorten onveranderd zouden blijven gelden voor vrouwen in de vruchtbare levensfase.

Perinatale sterftecijfer:

De sterfte vòòr, tijdens en vlak na de geboorte wordt perinatale sterfte genoemd. Het gaat hierbij om de foetale sterfte na een zwangerschapsduur van 28 weken (doodgeborenen) en de sterfte van zuigelingen in de eerste levensweek. De perinatale sterfte wordt berekend per 1000 levend- plus doodgeboren kinderen in een bepaald jaar.

Pariteit progressie ratio:

De kans nog een ander kind te krijgen als een vrouw reeds een bepaald aantal kinderen bezit of om van nul kinderen tot één kind te komen. Met de PPR’s wordt de mate waarin vrouwen een eerste, een tweede of meer kinderen krijgen, aangegeven.

a0: het aandeel vrouwen tussen 45-49 jaar dat moeder geworden is

Leeftijdsspecifiek huwelijkscijfer:

Het aantal gehuwde mannen/vrouwen uit een bepaalde leeftijdsklasse op de midjaarlijkse bevolking van die betreffende leeftijdsklasse van man/vrouw

Leeftijsspecifiek echtscheidingscijfer:

Het aantal gescheiden mannen/vrouwen uit een bepaalde leeftijdsklasse op de midjaarlijkse bevolking van die betreffende leeftijdsklasse van man/vrouw

Natuurlijke aanwas:

Het verschil tussen geboorte en sterfte

Immigratie:

Het zich vestigen van personen uit het buitenland met het doel zich voor langere tijd (meestal minstens een jaar of 6 maanden) in het land van aankomst te vestigen

Emigratie:

Het vertrek van personen uit een bepaald land naar het buitenland met de bedoeling zich er voor langere tijd (meestal een jaar of 6 maanden) te vestigen.

Migratiesaldo:

Het verschil tussen immigratie en emigratie

Bruto migratie:

Het immigranten- plus emigranten-totaal

Binnenlandse migratie:

Migratie tussen de (grootste) administratieve indelingen, districten, binnen een land

Migratie stroom:

Stroom van migranten met gemeenschappelijke plaats van vertrek en plaats van bestemming

Migratie effectiviteit:

De ratio van migratie saldo op de bruto migratie

Mediaan

De mediaan is evenals het bekende rekenkundige gemiddelde een zg. Centrummaat. Deze grootheid verdeelt een verzameling waarnemingen in twee helften m.a.w. van de waarnemingen ligt 50% hieronder en 50% hierboven. Als de mediane leeftijd bijvoorbeeld 25 jaar is dan betekent dit dat 50% van de bevolking jonger dan of gelijk aan 25 jaar is en 50% van de bevolking ouder dan 25 jaar is.

Mid-year population:
Estimate of the size of a population or sub-population per 1 July of a certain year.




Annual Growth Rate:
The extent to which a population increases or decreases as a consequence of natural growth and net migration, expressed as a percentage of the size of mid-year population or:
The extent to which a population increases or decreases on average relative to a census most recently conducted.



Dependency Ratio:
The Ratio of ( economically actives ) persons aged 15-59 (or 15-64) to (economically in-actives) persons aged 0-14 and 60+



Child Dependency Ratio:
The number of persons aged 0-14, related to the 15-59 year olds in a certain population


Old age Dependency Ratio:
The number of persons 60 plus, related to the 15-59 year olds in a certain population

Sex Ratio:
The number of males per 100 females in a population.


Sex Ratio at Birth:
The number of male births per 100 female births.



Live birth Order (parity):
The ordinal number of a given live birth in relation to all previous live births of the same woman (e.g. 5 = the birth order of the fifth child occurring to the same woman).




Crude Birth Rate:
The number of live births per 1000 mid-year population.


Crude Death Rate:
The number of deaths per 1000 mid-year population during a certain period (mostly a year).


Infant Mortality Rate:
The number of live-born children who died under one year of age in a certain year per 1000 live births in the same year.


Under 5 mortality Rate:
Mortality of children aged 0-4 per 1000 live births.


Maternal Mortality Ratio:
The number of women who died as a result of complications of pregnancy or childbearing in a given year per 100,000 live births.


Age specific Fertility (Birth) Rate:
The number of live births occurring to women of a specified age group, per 1000 of the average number of women of that age group in the same period.







General Fertility Rate:
The number of live births in a certain year to all women in the childbearing age group (15-49 or 15-44 years).



Total Fertility Rate:
The average number of children a woman (or group of women) would deliver if the age specific fertility rates observed in a certain year were to apply during her (their) childbearing ages.




Gross Reproduction Rate:


The average number of daughters a woman or a group of women would deliver if the age specific fertility rates for female births observed in a certain year were to apply during her (their) childbearing ages.





Perinatal Mortality Rate:
Mortality before, during and immediately after birth is called perinatal mortality. It is the sum of foetal mortality after a pregnancy of 28 weeks (stillbirths) and mortality during the first week of life. The perinatal mortality is computed per 1000 live births plus stillbirths in a certain year.



Parity Progression Ratio:
The probability of having another child given that one (a woman) has already had a certain number. PPR’s measures the extent to which women are having first, second or higher births.



a0: the proportion of women aged 45-49 who become mothers

Age Specific Marriage Rate:
The number of married males/females of a certain age to the mid-year population of that same male/female age


Age Specific Divorce Rate:
The number of divorced males/females of a certain age to the mid-year population of that same male/female age



Natural Increase:
The difference between Births and Deaths.

Immigration:

The settlement of people coming from abroad with the intention to stay for a certain period (mostly at least a year or 6 months) in the country of arrival.



Emigration:
The departure of people out of a
certain country who had the
intention to settle down in another
country for a certain period (mostly a
year or 6 months).


Net-migration:
The difference between immigration and emigration.

Gross migration:
The total of inward and outward migration

Internal migration:
Migration among the (largest) administrative boundaries, districts here, in the same country


Migration flow:
Flow of migrants having common origin and destination


Migration effectiveness:
Ratio of net migration to gross migration

Median
Just like the well-known arithmetic average (= mean), the median is a so-called measure of central tendency. It divides a set of observations into two halves, in other words of all observations 50% are below this magnitude and 50% are above. If for instance the median age is 25 years this means that 50% of the population is below 25 years of age and 50% is above 25 years of age.

Linear: Pt = Pl + (z)(∆)
Geometric: Pt = (Pl)*(1+r)z
Exponential: Pt = (Pl)* (er z)
Pt = target year, Pl= pop. in the launch year, z = number of year in the projection, ? = average absolute change for the base period, r= annual growth. See: Methode of J. Siegel and D. Swanson

Pt=P0*ern
r=(ln(Pt/P0))/(y)
where the ratio Pt/P0 measures the later population of its earlier size,n is the number of years, r is regular annual increases







((0-14) +(60+))/ (15-59)







(0-14)/ (15-59)




(60+)/ (15-59)





(Males/females)*100


(male births/ female births)*100














(Births/ mid-year pop.)*1000



(Deaths/ mid-year pop.)*1000





(Deaths 0-<1 yr/ births)*1000





(Deaths 0-4 yr/ births)*1000





Number of Maternal Deaths/ Births)* 100.000




Births to women age x/ mid-year women pop.age x








(Births/ mid-year women pop. 15-49 yr)*1000





Sum of asfr’s *5/ 1000











TFR *sex ratio at birth















(Still births + Death <1 wk/ stillbirths + live births)*1000











See: Methods and Models in Demography (Colin Newell) page58










(Marriages ages e.g.15-19/ mid-year pop.15-19)*1000




( Divorces ages e.g. 30-34/ (mid-year pop. 30-34)*1000










Births-Deaths


























Immigrants- Emigrants























Example:
Median Age= L+ (N/2 –f) * i/f
L= lower limit of the class containing the middle case
N= total pop.
F= cumulative frequency up to the age group
I = size of the class containing the middle case
F = frequency of the class containing the middle case

1+r)z

map


Klipstenenstraat 5 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 473737 - 473640425004

Visitors Counter

356880
Deze weekDeze week978