Huishoudonderzoeken

ALGEMEEN BURAU VOOR DE STATISTIEK – SURINAME
SOCIALE STATISTIEKEN - HUISHOUD STATISTIEKEN
METADATA


DEFINITIES EN BEGRIPPEN

LEEFTIJD
Het aantal volledig geleefde zonnejaren van de respondent, gerekend van de exacte geboortedatum tot de referentie datum. (a)

HUISHOUDEN
Een persoon of groep van personen, die individueel of als groep voorzieningen getroffen heeft om zichzelf te voorzien van voed¬sel en andere noodzakelijkheden om in leven te blijven (2).

GEZIN
Een groep personen die een huishouden vormen of deel uitmaken van een huishouden en verbonden zijn door bloed¬verwantschaps en/of huwelijksrelaties en/of adoptie (3).

HOOFD VAN HET HUISHOUDEN
Het hoofd van het huishouden is de persoon die door de andere leden van het huishouden erkend wordt als degene die in het huishouden de bevoegheid en de verantwoordelijkheid heeft in laatste instantie over huishoudelijke aangelegenheden te beslis¬sen. In de meeste gevallen is deze persoon ook de belangrijkste inkomensverwerver van het huishouden.

GEZINSHOOFD
Het hoofd van het gezin is de persoon die door de andere leden van het gezin erkend wordt als degene die in laatste instantie de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid heeft om in huishoudelijke aangelegenheden van het gezin maar in het bijzonder over de fami¬lie aangelegenheden van het gezin te beslissen

ETNISCHE GROEP
Een groep van personen die, hoofdzakelijk op basis van een ge¬meenschappelijke sociaal culturele identiteit, het gevoel heeft een aparte groep in de samenleving te zijn, zich richt op het voortbestaan als groep en als gevolg van het voorgaande zich bewust onderscheidt van de anderen in de samenleving. Naast dit fundamenteel kenmerk van "etnische groepen", kunnen etnische groepen ook andere gemeenschappelijke kenmerken hebben zoals taal, religie, traditie, ras, nationaliteit, stam e.d. Dit kenmerk wordt in de internationale aanbevelingen ten aanzien van volkstellingen van 1980, aangemerkt als "a usefull topic" en niet als een noodzakelijk onderwerp in een volkstelling.
De de¬finitie van dit begrip wordt aangepast aan de nationale condities waarin dit begrip gebruikt wordt .

DE ECONOMISCH ACTIEVE LEEFTIJDSGROEP
Personen die gegeven hun leeftijd, beschikbaar geacht moeten worden voor economische activiteiten; dat zijn personen van vijftien jaar en ouder maar jonger dan vijf en zestig jaar.

DE ECONOMISCH ACTIEVEN / HET ARBEIDSAANBOD /ARBEIDSPOTENTIEEL (LABOUR FORCE)
Personen die een activiteit ontplooien waarvoor zij in geld of in natura een beloning ontvangen in de vorm van loon/salaris, winst of producten verkregen uit eigen arbeid of die proberen tot een dergelijke activiteit te komen in dienst van een ander of door zelfstandig een dergelijke activiteit te ontplooien

DE ECONOMISCH NIET-ACTIEVEN
Personen die geen economische activiteit ontplooien en ook niet proberen om in dienst van een ander of voor eigen rekening tot een dergelijke activiteit te komen.
In arbeidsmarktanalyse wordt doorgaans slechts rekening gehouden met de economisch niet actieven in de economisch actieve leef¬tijdsgroep.

DE WERKZAMEN
Personen die in de referentieperiode (3 maanden) van het onderzoek een activiteit ontplooiden waarvoor zij in geld of in natura, een beloning ontvingen in de vorm van loon/salaris, winst of producten verkregen uit eigen arbeid.

VOLTIJDS WERKZAMEN
Personen die gedurende het grootste deel van de referentieperiode van het onderzoek een activiteit ontplooiden waarvoor zij in geld of in natura, een beloning ontvingen in de vorm van loon/salaris, winst of producten verkregen uit eigen arbeid en op deze manier per week minstens twintig uren actief waren.

DEELTIJDS WERKZAMEN
Personen die gedurende het grootste deel van de referentie¬periode van het onderzoek een activiteit ontplooiden waar¬voor zij in geld of in natura, een beloning ontvingen in de vorm van loon/salaris, winst of producten verkregen uit eigen productie en op deze manier minder dan twintig uren per week actief waren.

WERKLOZEN (ICLS DEFINITIE)
Personen in de economisch actieve leeftijdsgroep, die in de referentie periode van het onderzoek niet werkzaam waren en in deze periode geprobeerd hebben om in dienst van een ander of zelfstandig tot economische activiteit te komen.

WERKLOZEN IN RUIME ZIN
Om aan de in Suriname bestaande behoefte aan een ruimere defini¬tie van werkloosheid te voldoen, heeft het ABS ook het begrip "WERKLOZEN IN RUIME ZIN", aangenomen, hetgeen door ICLS wordt toegestaan

Het hanteren van dit begrip voorkomt verwarring met de inter¬nationaal gangbare defi¬nitie van werkloosheid (ICLS definitie).

Werklozen in ruime zin zijn :
1. de werklozen zoals gedefinieerd door de ICLS en
2. personen die vallen onder de categorie "discouraged workers" en personen "beschikbaar maar niet werk¬zoekend"


NIET ACTIEF WERKZOEKENDEN (DISCOURAGED WORKERS, (2))
Personen in de economisch actieve leeftijdsgroep, die niet werk¬zaam waren en te kennen gegeven hebben werkzoekend te zijn, maar die in de referentieperiode van het onderzoek, geen concrete pogingen gedaan hebben om in dienst van een ander of zelfstandig economisch actief te worden.

BESCHIKBAAR MAAR NIET WERKZOEKEND (3)
Personen die voor de referentie periode van het onderzoek, als "economisch niet actief" zijn geclassificeerd omdat zij de vraag of zij werkzoekend waren negatief hebben beantwoord, maar van wie verwacht kan worden dat zij, uitgaande van de heer¬sende normen, werkzoekend zouden moeten zijn, hoofdzakelijk omdat zij beschikbaar zijn voor werk.
Concreet zijn dit personen die niet werkzaam zijn, en niet werkzoekend zijn, hoewel zij geen huisvrouw, of student zijn, niet arbeidsongeschikt zijn en ook geen inkomen genieten.

ONDERNEMER
Een ondernemer is een werkzame persoon die zijn of haar econo¬mische onderneming exploiteert of een vak of professie beoefent en die ten behoeve hiervan een of meerdere werknemers huurt.

KLEINE ZELFSTANDIGE
Een kleine zelfstandige is een werkzame persoon die zijn of haar eigen economische onderneming exploiteert of zelfstandig een vak of professie uitoefent en geen werknemers inhuurt.

WERKNEMER
Een werknemer is een werkzame persoon die werkt in dienst van de overheid of een partikuliere ondernemer en een beloning ontvangt in de vorm van loon, salaris, commissies, tips, stukloon of in natura

ONBETAALDE GEZINSWERKER
Een onbetaalde gezinswerker is een werkzame persoon die minstens veertien uren per week zonder betaling werkt in een economische onderneming die geexploiteerd wordt door een familielid van het huishouden waar hij/zij deel van uitmaakt.

LID VAN EEN PRODUCTIE COOPERATIE
Een lid van een productiecooperatie is een persoon die actief lid is van een productiecooperatie ongeacht de economische sector of bedrijfstak van deze productiecooperatie.
In een productiecooperatie zijn de productiemiddelen gemeen¬schappelijk bezit van de leden.

GEZINSVERZORGERS
Personen ongeacht hun sexe, die in de referentieperiode van het onderzoek , "economisch niet actief" waren en die als voornaamste dagelijkse activiteit de zorg voor hun huishouden en de kinderen in het huishouden, hadden.

STUDENTEN/SCHOLIEREN
Personen die in de referentieperiode "niet-economisch-actief" waren en als voornaamste activiteit hadden het volgen van onderwijs aan een regulier particulier of openbaar onderwijsinstituut, ongeacht het nivo van het onderwijs.


CONCEPTUELE VRAAGSTUKKEN
De begrippen huishouden, gezin en lid van het huishouden.

Huishoudonderzoekingen zijn surveys waarin normaliter huishoudens de steekproeftrek¬kingselementen zijn, terwijl meestal personen de onderzoekseenhe¬den zijn.
Een onderzoekseenheid is datgene (het object) waarvan kenmerken onderzocht (gemeten) worden. De huishoudens worden steekproeftechnisch dan gezien als clusters van personen.
Voor de duidelijkheid bij de onderzoeksopzet en bij analyse van de onderzoeksresultaten is het noodzakelijk weet te hebben van de concepten "huishouden", "gezin", "hoofd van het huishouden", "gezinshoofd", "lid van het huishouden" en de re¬latie tussen deze.

Het begrip huishouden.
Het begrip huishouden beschrijft een economische eenheid (groep). De definitie van een huishouden in dit onder¬zoek is conform de internationale definitie; "een persoon of groep van personen, die individueel of als groep voorzieningen getroffen heeft om zichzelf te voorzien van voedsel en andere noodzakelijkheden om in leven te blijven" (1).

Huishoudens hebben een bijzonder kenmerk waardoor ze op een relatief een¬voudige manier van elkaar te onderscheiden zijn, wat in een onderzoek van essentieel belang is. Dit kenmerk is "de gezamenlijke voorziening die getroffen is voor het wonen"; doorgaans bewoont een huishouden apart een bepaalde wooneenheid.
Een bijzondere situatie ontstaat bij de huishoudens (personen) die verblijven in z.g. collectieve woonverblijven. Deze zijn niet in dit steekproef¬onderzoek van huishoudens betrokken.

Aan de bevolking in collectieve huishoudens zou een aangepaste vragen¬lijst gepresenteerd moeten worden die de gewenste data voor dit deel van de bevolking moet opleveren als aanvulling op de data verkregen uit het steekproefonder¬zoek.

In het algemeen worden twee typen huishou¬dens onderscheiden.

  1. Eén persoonshuis¬houden
  2. Meer persoonshuis¬houden


Het begrip gezin.
Bij het begrip gezin bepalen bloedverwant¬schaps en huwelijksre¬latie de groepsgren¬zen. Uitgegaan wordt van twee typen gezinnen m.n.


  1. het kerngezin bestaande uit een samenwonend, getrouwd (of in concubinaat levend) paar zonder kinderen, of een samenwonend paar met één (of meer) nooit getrouwde kinderen, of een vader of een moeder samenwonend met één (of meer) nooit getrouwd(e kind(eren).
  2. het grootgezin bestaande uit een kerngezin samenwonend met één (of meer) getrouwd(e) kind(eren) en zijn (hun) gezin(nen) of andere gezinnen (personen) met wie bloedverwantschap bestaat (2).


De relatie "huishouden en gezin".

Hoewel huishouden, hoofdzakelijk gebaseerd is op economische kenmerken, valt dit begrip in de praktijk meestal samen met het sociaal cultureel begrip gezin, dat voor demogra¬fische en sociaal culturele analyses zinvol is.

In bepaalde gevallen is het van belang, nauwkeurig de familie en huwelijksrelaties in een huishouden in kaart te brengen. Meestal gaat het om een projectie van het begrip gezin op het begrip huishouden wat het volgende beeld geeft:

Meerpersoonshuishoudens:

1. Kerngezinshuishouden; bestaat uit een aantal personen dat in een woonverblijf woont en een kerngezin vormt.

2. Meerpersoonshuishouden; bestaat uit een aantal personen dat in een woonverblijf woont en dat een groot gezin vormen.

3. Samengesteld huishouden; bestaat uit een aantal personen tussen wie geen bloedverwantschaps of huwelijksre¬latie bestaat of een huishouden dat bestaat uit een kerngezin en andere bloed¬verwanten en/of personen en waarmee geen
bloedverwantschapsrelatie bestaat

Arbeidsmarkt en arbeidskracht data
De “Labour Force”.

In het “Labour Force Model” (LFM) staat de arbeidsmarkt centraal. Getracht wordt om het arbeidsaanbod op deze markt te meten, door na te gaan wie zijn/haar arbeidskracht "aanbiedt".
Het is gebruikelijk om de bevolking eerst op basis van een leeftijdscriterium op te splitsen in een economisch actieve en economisch niet actieve leeftijdsgroep voor het meten van economische activiteit.
Immers, bij analyse is het gangbaar en nauwkeuriger de "economisch actieve bevolking" te relateren aan de economisch actieve leeftijdsgroep", in plaats van aan de gehele bevolking (4). Het aangeven van een ondergrens is gebruikelijker dan het aangeven van zowel onder- als een bovengrens.
Het arbeidsaanbod, de economisch actieve bevolking, het arbeids¬potentieel of in het Engels "the labour force" genoemd (5) is de groep waar het eigenlijk om gaat in de analyse van de arbeidsmarkt. Deze groep bestaat uit degenen die zich aanbieden op de arbeidsmarkt voor het verrichten van economische activi¬teiten.

De internationale standaarden hanteren de term "economisch actieve populatie" als een algemene term en men identificeert, in het bijzonder, twee bruikbare metingen van de economische actieve populatie zonder andere mogelijkheden uit te sluiten: de "gewoonlijke actieve populatie" gemeten in relatie tot een lange referentie periode zoals een kwartaal, jaar; en de "huidige actieve populatie" gemeten in relatie tot een korte referentie periode zoals een week of een dag. Een equivalent voor de laatste is "labour force".

Bij de opzet van de continue Huishoudonderzoeken in 1986, was het in eerste instantie de bedoeling om het “Labour Force Model” te hanteren. Door de relatief slechte response op de specifieke vraag voor het meten van de "huidige economische activiteit" van de respondent, is er toen in 1992 overgegaan tot het begrip van de "gewoonlijk actieve populatie".

Economische activiteit.
In het "Labour Force Model" speelt het begrip economische activi¬teit een centrale rol.
Deze conceptuele benadering zou eigenlijk de "economische activiteiten benadering" genoemd moeten worden.
Het begrip economische activiteit is theoretisch ontwikkeld in het kader van het VN Systeem van Nationale Rekeningen (SNA). Bij de definiering van het begrip "economische activi¬teit", verwijst de ICLS (International Conference of Labour Statisticians) resolutie over het arbeidsaanbod (6) naar het SNA.

Volgens het SNA zijn economische activiteiten:
a. in hoofdzaak alle activiteiten die resulteren in de productie van goederen en diensten voor verkoop op de economische markt en

b. Daarnaast niet marktgerichte activiteiten van publieke overheids en niet winst gerichte particuliere organisaties in de sfeer van dienstverlening (7) en

c. Geselecteerde niet-marktgerichte productie van de huishoudens, voor eigen gebruik.


FORMULES
Schattingsmethode : C = (N/r) x w x c

C is Geschatte populatiewaarde in een cel.
N is geschatte populatietotaal aan huishoudens
r is het aantal responderende huishoudens
w is een gewicht gebaseerd op de trekkingskans van de huishoudens en een correctie voor non response
c is de steekproefwaarde in de cel.


Participatie ratio:

totaal economisch actieven
______________________ X 100

totaal in de economisch actieve
leeftijdsgroep



Werkloosheidscijfer (enge):

totaal werklozen totaal werklozen
___________________ X 100 = __________________ X 100

totaal economisch actieven werklozen en werkzamen



Werkloosheidscijfer (ruim):

totaal werklozen + “discouraged workers”
________________________________________ X 100

Werklozen + werkzamen + “discouraged workers”

map


Klipstenenstraat 5 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 473737 - 471543425004

Visitors Counter

424955
Deze weekDeze week4069